Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1973, 6de jaargang, nr. 3

Eeklo in beeld en schrift (4)

 

Recht tegenover deze kapel staat het beeld van de H. Vincentius-a-Paulo, dat in 1903 door M. Zens vervaardigd werd en dat een gift is van de leden der confrerie van de H. Vincentius.

De laatste kapel van deze zijbeuk is toegewijd aan de H. Vincentius.

Het altaar is vervaardigd door Rooms naar een plan van Denoyette.  Het werd geschonken door mejuffrouw Eugenie Standaert (2.800 fr).  De tombe en predella werden in 1934 geschilderd door Bressers uit Gent, als gift van mejuffrouw Clara Van de Maele.  De afsluiting werd geschonken door mejuffrouw Maria Verwilst en het koperwerk is bekostigd door de kerk.

Het oorspronkelijke venster werd geschonken door A. Dhondt (2.000 fr) en geplaatst in 1909.  Het werd tijdens de oorlog vernietigd en nadien vervangen. Het stelt (zoals het oorspronkelijke) taferelen voor van de marteling van de H. Vincentius.

Laten we naar de relikwiekast kijken, dan zien we het wansmakelijke beeld niet op het altaar !  De relikwiekast is in feite een verheerlijkend beeld, fijn werk van M. Zens en rijk geschilderd.  Het werd geschonken door A. Dhondt en de 22ste januari 1896 ingehuldigd.

De parochiale St-Vincentiuskerk te Eeklo
56. Binnenzicht van de parochiale St-Vincentiuskerk te Eeklo.
Foto en drukplaat Cyr.  Van de Bouchaute.

Het beeld van de H. Aloïsius, recht tegenover deze kapel, werd geschonken door A. Dhondt en geplaatst in maart 1898».

Daarmee zijn de vijf zijkapellen van de zuidelijke kruisbeuk afgehandeld en staan wij voor het zeer mooie raam met het apocalyptische vizioen, waarover wij hoger reeds uitvoerig gesproken hebben.

«Onder dat raam hangt een schilderij van Leo Steel (9 op 3 m), dat de intrede in Jerusalem voorstelt en geschonken werd door de parochianen, bij het gouden jubelfeest van Z.E.H. Deken De Temmerman.  Het andere schilderij in deze kruiskerk is afkomstig uit de vroegere parochiekerk.  Het stelt de marteldood voor van de H. Vincentius en werd in 1838 door Vander Plaetsen geschilderd.

Het beeld van de H. Pastoor van Ars is geschonken door mevrouw Jozef De Scheppere.  Het is in witte steen gebeiteld door Poli uit Lyon en staat op een houten voetstuk van Firmin Smitz.

Het beeld van de H. Rochus is in hout gesculpteerd door De Bruycker en werd geschonken door Felix Bockaert.

In deze kruiskerk hangen de laatste zeven staties van de kruisweg.

Deze werd geschonken door mevrouw Frederik Brisard-Temmerman van Aalst. Mevrouw Brisard was geboren in Eeklo (dochter van Karel-Bernard Temmerman, oud-burgemeester en voorzitter van het kerkbureel).  De uitvoering van de kruisweg is van de kunstenaar Meganck (1807-1891) van Aalst.  De omlijsting is van Karel Smitz.  De schilderijen kostten 14.000 fr en de lijsten 1.200 fr.

57. Nog een binnenzicht van de parochiale kerk, genomen van op het doksaal.
Foto en drukplaat Cyr.  Van de Bouchaute.

Meganck is een betrekkelijk gunstig gekende leerling van Paelinck.  De kruisweg van Eeklo wordt als zijn meesterwerk beschouwd.  Meganck was persoonlijk bevriend met de familie Brisard, die de kruisweg schonk ter nagedachtenis aan Karel-Bernard Temmerman († 23 maart 1880)» (L. Lampaert/C. Van de Bouchaute, op. cit., blz. 37).

In het zuidelijke zijkoor van de kerk, dus langs de epistelkant, werden het altaar en de ramen gegeven door Angelus en Marie Van Doosselaere, uit Eeklo.

«Het altaar is vervaardigd door C. Lippens van Gentbrugge en werd geschilderd door M. Janssens.  De ramen stellen voor, van links naar rechts:  1e Het bezoek van Maria aan Elizabeth;  2e de dogma-verklaring der Onbevlekte Ontvangenis;  3e de verschijning van Maria aan Bernadette.  Het raam boven de sacristiedeur is een weergave van een schilderij van Rafaël in het Vatikaan.  De onderste groep stelt de apostelen voor bij het graf van Maria, de bovenste groep de verheerlijking van Maria in de Hemel.

Het schilderij in dit zijkoor is van Jozef Geirnaert van Eeklo (1790-1859).  Het hing in de vorige parochiekerk en stelt de H. Rochus en de pestlijders voor. Het is een portret van de schenker, Karel Stroo.  Een gelijkaardig tafereel hangt in de Sint-Salvatorskathedraal te Brugge.

58. Een deel van het gewelf met het triomfkruis van De Bruycker.
Foto en drukplaat Cyr.  Van de Bouchaute.

De communiebank werd voor het eerst gebruikt bij de eerste communie in maart 1888.  Het plan is van Denoyette en de (prachtige !) uitvoering is van Karel Smitz.  Het kunstwerk werd geschonken door twee weldoeners, vader en zoon, vermoedelijk Van Hoorebeke.  De communiebank is verdeeld in twaalf vakken, die de twaalf apostelen voorstellen, met daartussen twaalf panelen met taferelen uit het Oud- en Nieuw-Testament.

We houden halt vóór het hoofdkoor.  Vlak boven ons hangt het triomfkruis, geschonken door de heer Bockaert en vervaardigd door De Bruycker.  De vier hoeken van het kruis dragen de zinnebeelden der vier evangelisten.  Op de achterzijde staan de namen van vijf kerkvaders, de HH. Hieronymus, Augustinus, Gregorius, Ambrosius en Bernardus.  De vier pilaren van de viering (kruising van middenbeuk en kruiskerken) dragen de beelden der vier evangelisten, door M. Zens vervaardigd, de beelden in terra-cotta, de baldakijnen en consolen in witte steen.  De kostprijs was 1.500 fr per stuk en ze werden geschonken door Eerw. Heer Jan Goethals, pastoor te Bevere (H. Johannes, juli 1900) en door Marie en Mathilde Gimbercie (H. Marcus, juli 1900).  De beide andere werden bekostigd met geld uit de offerblokken (H. Mattheus, januari 1901; H. Lucas, juli 1901).

Het hoofdaltaar is in witte steen gebeiteld door Lippens van Gentbrugge, naar een tekening van Denoyette.  Links zien we de bruiloft van Cana en rechts de vermenigvuldiging der broden.  Het kostte 25.000 fr, waarvan 10.000 fr geschonken werd door Karel Stroo en 15.000 fr door mejuffrouw Nathalie De Hertogh van Gent. Later werd het geschilderd en gepolychromeerd door M. Zens op gift van Cesarine Steyaert, die ook de beide beelden schonk die het altaar flankeren (H. Juliana en H. Thomas van Aquino).  Deze beelden werden gemaakt door M. Zens en werden daar geplaatst omdat het altaar iets te klein scheen opgevat te zijn.

59. De grote, neogotische torenmonstrans in verguld zilver, afkomstig uit het Engels Seminarie te Brugge.

Foto en drukplaat
Cyr. Van de Bouchaute.

Torenmonstrans

Het koorgestoelte werd door M. Zens gemaakt naar een plan van Denoyette.  Het idee werd opgevat bij een bezoek aan de kathedraal van 's-Hertogenbosch door Deken Foubert en de heren Aloïs Dhondt en Denoyette.  Het prachtig beeldhouwwerk doet enigszins denken aan het koorgestoelte van de Sint-Salvatorskathedraal te Brugge.  De vier toegangsdeuren stellen groepen voor uit het Oud- en Nieuw-Testament en symboliseren de acht zaligheden.  De vier uiteinden dragen de symbolen der vier evangelisten.  Het gestoelte kostte 15.628,20 fr en werd voor het eerst in gebruik genomen op Kerstdag 1892.

De glasramen van het hoofdkoor zijn vervaardigd door Dobbelaere van Brugge. De middenste vijf in 1883, de andere vier in 1885.  Uit het onderschrift blijkt dat deze laatste geschonken werden door de Eeklonaren-priesters.  Ze stellen een aantal symbolen voor uit onze godsdienst en de werktuigen van het lijden van Christus.  Het middenste raam stelt de H. Vincentius voor, bovenaan omringd door engelen, onderaan in de gevangenis.  Daaronder een engel met het schild van Eeklo boven een eikenbos en daaronder de wapens «Crux de Cruce», «Lumen in coelo», «In nomine Domini» en «Adveniat Regnum Tuum».

60. Mooi beeld van de toren en de parochiekerk O.L.Vrouw-ten-Hemel-Opgenomen, te Eeklo-Oostveld, in de Kottemstraat (1967).
Foto Ant. Schrans, Knesselare.

Het raam werd, blijkens het onderschrift, geschonken door Deken Foubert, Directeur Crombé en de onderpastoors Van Mol, Blaton en Bauwens.  Links daarvan zien we een raam met het beeld van de HH. Jozef en Marcus, daaronder de groep van het Laatste Avondmaal en de Intrede in Jerusalem.  Dit raam is een gift van Petrus Boute en zusters.  Het raam links daarvan werd geschonken door Benedictus Van de Putte en draagt de beeltenis van Melchisedech en de H. Mattheus (bovenaan), de geboorte van Christus en de Boodschap (onderaan).  Het raam rechts van het midden raam werd geschonken door Henri Standaert en dochter.  Het stelt de H. Lucas en Aäron voor (bovenaan), Jezus aan het kruis en de H. Drievuldigheid (onderaan), en tenslotte het tafereel van de ongelovige Thomas. Het raam rechts daarvan werd geschonken door Eugenie Ryffranck en toont ons bovenaan de H. Johannes en Mozes, onderaan de Verrijzenis en Christus met de Apostelen» (L. Lampaert/C. Van de Bouchaute, op. cit. blz. 37-43).

«De twee grote kandelaars vooraan in het koor zijn werkelijk pronkstukken. Ze zijn door de parochianen geschonken ter gelegenheid van het gouden priesterjubileum van Z.E.H. Deken Hulpiau (1906).

Beneden aan de ingang van het koor staan de beelden van de HH.

Petrus en Paulus.  Deze werden gemaakt door M. Zens en geschonken in 1898 door Hyppoliet Goethals, vader van burgemeester Maurice Goethals, en door A. Dhondt, ter gelegenheid van de eerste communie van Pieter en Paul Goethals.

Achter het hoogaltaar en dus niet zichtbaar vanuit de kerk, is de eerste steen gemetseld, beter gezegd de «eresteen» (Ibid., blz. 43).

61. Beeld van het terrein waarop de nieuwe kerk moest verrijzen, met de bronbemaling op 22 februari 1965.
Foto Ant. Schrans, Knesselare.

Wij komen nu aan de andere zijde, in het noordelijke zijkoor.  «Het altaar, toegewijd aan Onze-lieve-Vrouw van de H. Rozenkrans, is gemaakt door Lippens van Gentbrugge en werd geschonken door mejuffrouw De Hertogh uit Gent, door tussenkomst van notaris Bovijn.  De schildering van dit zij koor werd geschonken door Bernard Sandyck (850 fr) en door de confrerie van de H. Rozenkrans (160 fr).  Het altaar werd geschilderd door H. Verwilghen voor 1.700 fr, geschonken door Isidoor Lagae, met geld dat hij won in duivenprijskampen ! De ramen, geschonken door mej. De Hertogh, stellen personen voor die in het Oud Testament als zinnebeelden van Maria voorkomen: Eva en Sara (links), Ruth en Noëmi (midden), Judith en Esther (rechts).  Het raam boven de sacristiedeur stelt de H. Dominicus voor, terwijl hij de Rozenkrans ontvangt.

Het schilderij in dit zijkoor is van Theodoor De Heuvel, een stadsgenoot, en stelt de H. Simon Stock voor, die het schapulier ontvangt uit de handen van Maria.  Het schilderij werd in 1817 uitgevoerd en hing in de vroegere kerk.  Het werd geschonken door Karel Stroo, toen de geestelijkheid van onze kerk de machtiging bekomen had om schapulieren te wijden en de confrerie van de H. Schapulier te stichten.

In de noordelijke kruh:kerk hangen de eerste staties van de kruisweg.  Het groot brandraam is van Jos. Casier van Gent en werd uitgevoerd in oktober 1897, tot aandenken van Z.E.H. Deken Foubert...  Het glasraam werd bekostigd (6.000 fr) met de opbrengst van een inschrijvingslijst.  Het stelt Jesse voor, die de symbolische tak draagt, uit hem ontsproten; op de zijtakken staan enkele koningen van Juda; de reeks eindigt in het tympanon met een bloem waaruit Onze-Lieve-Vrouw met het Kindje Jezus voortspruiten.  Onderaan is deken Foubert afgebeeld, geknield voor zijn patroonheilige, de Heilige Petrus.

62. Parochiekerk van O.L.Vrouw. - Werken in de grond, maart-april 1965.
Foto Ant. Schrans, Knesselare.

Het schilderij daaronder is de tegenhanger van dat in het zuidelijk transept (zie bijzonderheden aldaar) en stelt de aanbidding der wijzen voor, met op de voorgrond het portret van Z.E.H. Deken De Temmerman.

Het schilderij in dit transept stelt de genealogie van Jezus voor: de HH. Joachim en Anna, ouders van Maria, het Kindje Jezus in de armen der H. Anna, Onze-lieve-Vrouw, Sint-Jozef met lelietak en bovenaan God de Vader en de Heilige Geest.  Het engeltje op het voorplan verbeeldt het geloof.  Het schilderij wordt toegeschreven aan Jan Van Cleef (1646-1716), de beste leerling van De Craeyer. Monseigneur Van den Gheyn schreef het toe aan De Craeyer zelf.

In deze kruiskerk zien wij nog het beeld van de H. Theresia van lisieux, in witte steen gebeiteld door Poli uit Lyon, op een houten voetstuk van Firmin Smitz, geschonken door mevrouw Jos. De Scheppere.

We volgen nu de noordelijke zijbeuk en komen aan de kapel van het Heilig Hart.  Het altaar werd in 1884 vervaardigd door Rooms naar een plan van Denoyette.  Altaar, afsluiting (Pauwels, 1890) en glasraam werden geschonken doorIsidoor Van de Genachte.  Het glasraam stelt de verschijning voor van Jezus aan de H. Maria-Margareta Alacocq.  In de medaillons rondom zien we twaalf heiligen, met bovenaan Jezus tussen Johannes en Petrus op het Laatste Avondmaal.  Recht tegenover deze kapel staat het beeld van de H. Alphonsus, vervaardigd in 1899 door M. Zens en geschonken door mevrouw Van Wassenhove-Goethals bij de eerste Mis van Eerw. Heer Alfons Van Wassenhove.

63. Parochiekerk van O.L.Vrouw. - Werken aan kelder en funderingen, april 1965.
Foto Ant. Schrans, Knesselare.

De volgende kapel is die der Heilige Drievuldigheid.  Het altaar is vervaardigd door Karel Smitz naar een plan van Denoyette en geschonken door Romanus Van Wassenhove.  Het onderdeel van het altaar is van witte ponssteen, het bovendeel van eik.  De afsluiting door Pauwels gemaakt werd in 1899 aangebracht. Het glasraam, door Ladon gemaakt, is een gift van de heren Van Wassenhove én Pussemier en het stelt de H. Johannes de Mata voor, die de pauselijke bulle over de vrijkoping der slaven ontvangt; verder dezelfde heilige die de giften der rijken aanneemt, tot vrijkoping der slaven en die de afgekochte slaven verlost. Onderaan draagt het de beeltenissen van de patroonheiligen van Romanus Van Wassenhove, zijn vrouw Sophia Fermont, zijn dochter Stefanie Pussemier-Van Wassenhove en zijn kleinzoon Lionel (Leo X) Pussemier, de latere burgemeester van Eeklo.  Tegenover deze kapel staat het beeld van de H. Theresia, gemaakt door M. Zens, gift van mejuffrouw Virgine Dhondt.

De predikstoel is geplaatst in 1891 en kostte 11.600 fr.  Hij is gebeeldhouwd door Lippens van Gentbrugge (die ook de drie hoofdaltaren maakte).  De kuip van de predikstoel toont ons predikingen uit het Nieuw Testament: Jezus in de tempel, prediking van Johannes de Doper, van Christus, van Sint-Petrus.

De volgende zijkapel is die van de Heilige Jozef en werd geschonken door de familie Fernand Goethals.  Altaar en afsluiting zijn in 1886 gemaakt door P. Pauwels.  Het raam is van Dobbelaere en werd geschonken door minister Nyssens van Gent, die verwant was aan deken Foubert.  Het stelt de zeven blijdschappen en droefheden van Sint-Jozef voor.  De groep "Dood van Sint-Jozef», in de tombe, is in terra-cotta vervaardigd door M. Zens en geschonken door de heer A. Dhondt.

Tegenover deze kapel staat het beeld van de H. Augustinus, in 1903 gemaakt door M. Zens en geschonken door mejuffrouw Florence Goethals.

64. Het gemonteerde staalskelet van de Firma V. Buyck, in de lente van 1965.
Foto Ant. Schrans, Knesselare.

We gaan verder naar de kapel der Zeven Smarten van Maria.  Raam én altaar werden geschonken door mevrouw Julien Bovyn.

De tombe werd in 1933 geschilderd door Bressers uit Gent voor 1550 fr, geschonken door mejuffrouw Julienne Bovyn.  Het altaar werd uitgevoerd door M. Zens (7.000 fr) en het raam door Dobbelaere (2.000 fr).  Het stelt Onze-lieve-Vrouw van Zeven Smarten voor, omringd door engelen die emblemen en opschriften dragen.  Daarrond knielen biddende Servieten, kloosterlingen, die reeds in de XIIe eeuw de godsvrucht tot de Moeder van Smarten beoefenden. Tegenover deze kapel staat het beeld van de H. Gerardus Majella, in 1898 door M. Zens vervaardigd en geschonken door mejuffrouw Francisca Lippens.

De laatste kapel is de Doopkapel.  Tegen de muur staat een beeldhouwwerk dat de doop van Christus voorstelt, gemaakt door Pauwels in 1886 en geschonken door de heer A. Dhondt.

65. Parochiekerk van O.l.Vrouw. - De metselwerken vorderen goed in de zomer van 1965.
Foto Ant. Schrans, Knesselare.

Onze grootste belangstelling gaat hier echter naar de kunstvolle doopvont van M. Zens, met een deksel van Geeraert-De Masure uit Gent.  Op een granieten dorpel rust het voetstuk, een achthoekig waterbekken in zuiver wit marmer.  Op dit bekken zijn vier panelen aangebracht, gebeiteld uit één stuk.  Zij stellen voor: Jezus met de apostelen, de genezing van de melaatsen, de dankbare melaatse en het doopsel van Jezus (zie de foto's nr 37 en 38).

Het deksel weegt ongeveer 85 kg en is 1,45 m hoog.  Het hangt aan een kunstig gesmeed ijzeren stelsel met hefboom.  Op elk der acht panelen is een medaljon aangebracht met zinnebeelden der drie goddelijke deugden, der vier evangelisten, van de Naam Jezus, van de pauselijke tiaar met sleutels en van het wapen van het bisdom.  Deze panelen eindigen kroonsgewijze rondom een halve wereldbol waarop de groep der H. Drievuldigheid is uitgebeeld, gezeten onder een troon die door vier pilasters gedragen wordt.  De opgaande lijnen smelten boven samen in een prachtige kroon.

66. Het groeiproces van de toren in het voorjaar van 1966. -
De bovengrondse start.
Foto Ant. Schrans, Knesselare.

De doopvont werd geplaatst in augustus 1899 met een gift van 4.000 fr, geschonken door Isidoor Van de Genachte, en een som van de kerk.

De glasramen zijn geschonken door Kanunnik Janssens, bestuurder der Zusters van Liefde (1888).  Het groot raam (van Coucke) stelt de gelovigen voor die Onze-Lieve-Vrouw-ten-Doorn aanroepen («0 Maria ten Doorn, Koningin van Hemel en Aarde, wij verzuchten tot U in dit dal van tranen»).  Daaronder is een afbeelding aangebracht van de processie ter gelegenheid van de 425e verjaring der vinding van het beeldje (op 2 juni 1873).

Het klein raam (van Ladon) werd geschonken door Triphon en Silvie Spittael en stelt Mozes voor die water slaat uit de rots en daaronder de patroonheiligen van de schenkers.

De biechtstoelen zijn gemaakt door Karel Smitz naar een plan van architect Vaerwijck van Gent, lesgever aan de tekenschool van Eeklo, die om deze ontwerpen bekroond werd.  Ze zijn geschonken door mejuffrouw Sophie Temmerman, mejuffrouw Julie Sandyck, Dr. Van Brabandt en de vierde is een fondatie belast met twee missen.  Later werd er een vijfde bijgemaakt door Albert Sinaeve van Gent (1903).

De bekleding van het hoogzaal is in 1887 gemaakt door Karel Smitz naar het plan van Denoyette, voor de som van 6.536,25 fr.  Onder het hoog zaal is een bas-reliëf aangebracht van M. Zens, dat de Heilige Vrouwen bij het graf van Christus voorstelt met ernaast twee engelen (gift van Virginie Van Wassenhove).

De herdenkingsplaten aan de slachtoffers van de eerste wereldoorlog zijn gemaakt naar een tekening van architect Valentijn Vaerwijck.

Het orgel werd voor het eerst bespeeld de 19de september 1886 op de bedevaart naar Onze-Lieve-Vrouw-ten-Doorn.  Het is vervaardigd door Louis Hooghuys van Brugge.  De orgelkast beslaat gans het deel van de middenbeuk onder de toren.

Een deel van het orgel der vroegere kerk werd in het huidige orgel verwerkt door Karel Smitz, die ook de prachtige engelenbeelden op de orgelkast sculpteerde (Lucien LampaertfCyriel Van de Bouchaute: «De Parochiekerk van Eeklo Sint-Vincentius», Drukk. De Eecloonaar, 1964, blz. 48-57).

De godslamp van de dekanale kerk te Eeklo is een gift van mevrouw De Baets, geschonken ter gelegenheid van de Eremis van haar zoon, eerw. Pater Jozef De Baets, dominikaan.  De grote paaskandelaar, afgebeeld op foto nr 40, mag merkwaardig genoemd worden.

De sacristie bevat enkele kunststukken: edelsmeedwerk, een stel misgewaden in brokaat van uitzonderlijke waarde en een oude kerkschaal uit de eerste helft van de 18e eeuw (foto nr 43), waarvan het rechtopstaand gedeelte een gebrekkige en naïeve, maar belangrijke voorstelling van de westgevel der vroegere kerk vertoont.

67. Om de vijf dagen kwam er een verdieping bij.  Stand van de torenwerken na 34 werkdagen.
Foto Ant. Schrans, Knesselare.

Het oude edelsmeedwerk, thans nog in de Eeklose hoofdkerk bewaard, werd in 1950 uitstekend beschreven door Dr. Elisabeth Dhanens, in haar bijdrage «Oud edelsmeedwerk in de parochiekerk te Eeklo», verschenen in «Appeltjes van het Meetjesland», nr 2, jaargang 1950, blz. 21-31.  In dit artikel kan men overvloedige en verantwoorde gegevens vinden over: het zilveren chrismatorium op een drielobbig voetstuk uit 1726 (foto nr 44); de mooie zilveren schotel met ampullen van Philips Cachoire uit 1669 (foto nr 47); de schotel met ampullen van geslepen kristal in zilveren omvatting van het begin van de 19e eeuw (foto nr 45); het oude zilveren chrismatorium van 1625, renaissancewerk van Pieter van Sychen (foto nr 51); de drie eenvoudige, tinnen cilindervormige olievaatjes, vermoedelijk gebruikt onder de Beloken Tijd van de Franse Overheersing (foto nr 46); het zilveren processiekruis van 1734 (foto nr 48); de H. Kruisrelikwie in een houten kruis met zilver belegd, uit de 18e eeuw (foto nr 49); de prachtige zilveren reliekhouder van Sint-Eligius, in hamervorm, van Jacobus de Langhe uit 1748 (foto nr 50); de kleine reliekhouders afgebeeld op de foto's nr 52 en nr 53; de zilveren laat-barokke, ietwat overladen straalmonstrans uit 1731, eveneens werk van de Brugse zilversmid Jacobus de Langhe (foto 54); de grote, neogotische torenmonstrans van verguld zilver, afkomstig uit het Engels Seminarie te Brugge (foto nr 59), enz.

68. Parochiekerk van O.L.Vrouw. - Kerk en toren zijn voltrokken in september 1966.
Foto Ant. Schrans, Knesselare.

Tenslotte bezit de kerk een Missale Romanum - een Plantijndruk van 1773 - in rood-fluwelen band, belegd met zes zilveren Rococoplaatjes in de vorm van palmetten (foto nr 55).  Vier daarvan doen dienst als hoekstukken en de twee overige bevinden zich tegenover de zilveren sloten.  Het bijhorend lessenaartje in Louis XVI-stijl is eveneens met rood fluweel en zilver bekleed.

Begin 1965 ving men te Eeklo-Oostveld aan met de bouw van de nieuwe parochiekerk O.L.Vrouw-ten-Hemel-Opgenomen, in de Kottemstraat.  Deze parochie telt nu reeds meer dan 3500 zielen.  Z.E.H. Pastoor De Kesel, geboortig van Adegem, was op 12 maart 1957 voor deze nieuwgestichte parochie aangesteld en zou er ook de prachtige, moderne kerk bouwen.

De plannen werden opgemaakt door de architekten De Coninck uit Eeklo en L. Aerts uit Sint-Niklaas.  De Algemene Ondernemingen Hilaire Ryserhove uit Knesselare, als laagste aanbieder, kregen opdracht de werken uit te voeren.  In oktober 1966, tot grote tevredenheid van iedereen, kon de kerk reeds plechtig ingewijd worden.  Op 25 mei 1966 verklaarde Z.E.H. Pastoor R. De Kesel schriftelijk: "Ik ben zeer tevreden over het werk aan de nieuwe kerk.  Het gebouw is volmaakt afgewerkt en zal vóór de vastgestelde tijd beëindigd zijn».

Voor de opbouw van deze kerk werden 1.899 m3 aarde verplaatst en vervoerd, 660 m3 gewapend beton gestort, 268.672 kg staal verbruikt, 599.175 stenen gemetseld, 60 m3 timmerhout verwerkt en 2.203 m2 sierhout geplaatst.  Slechts zeer weinig kerken worden thans nog in zulke luxueuze bouwmaterialen opgetrokken, als voor de O.L.V.-kerk van Eeklo gebeurd is; ook voor het interieur en de bemeubeling werd er niets gespaard.

Het dak van de kerk heeft een totale oppervlakte van 1.650 m2.  Het hoogste punt, de top van het torenkruis, meet 36,20 m.

Naast de parochies van Sint-Vincentius, Balgerhoeke en O.L.Vrouw kreeg Eeklo nu nog een vierde parochiegemeenschap, namelijk SintJozef, alwaar op 11 maart 1971 Z.E.H. H. Verwilst, geboortig van Sint-Laureins en tevoren onderpastoor op de O.L.V.-parochie, tot eerste pastoor werd benoemd.  Reeds de 27 november 1973 greep de aanbesteding van de nieuwe kerk plaats en ook daar werd Hilaire Ryserhove de laagste aanbieder.

(wordt voortgezet)
ALFONS RYSERHOVE
ROMANO TONDAT

Separator

Eeklo in Beeld en Schrift 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

De home page van "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice
hit counter


Meest recente bijwerking: