Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1973, 6de jaargang, nr. 3

BOEKWEIT
IN WESTELIJK MEETJESLAND (2)

Het jaar 1739 gaf een slechte oogst in Vlaanderen en ook de vooruitzichten voor 1740 waren weinig rooskleurig.  Alle verkoop van graan voor de vreemde werd onmiddellijk verboden en zelfs het vervoer binnen de provincie niet meer toegelaten (11).

In de Oudburg en het Brugse Vrije werden opnemingen van granen gedaan, in de loop van mei 1740, om te vernemen wat er nog nodig of te kort zou zijn tot de volgende oogst (12).  Deze tellingen tonen evenwel aan — niettegenstaande de grote ellende elders — dat de dorpen van westelijk Meetjesland toen nog niet zo'n groot gebrek leden; de oogst van 1739 kan daar niet zo slecht geweest zijn (13).

Inderdaad, de gemeenten Zomergem, Ursel 't Vrije en 't Gentse, Knesselare, Maldegem, Adegem, Oostwinkel en Ronsele zijn nog allemaal goed voorzien op dat ogenblik (14).  Voorzeker is 1739 een zeer nat jaar geweest, zodat de echt schrale, zandige dorpen van het Maldegemveld toen in feite bevoorrecht waren.  Een andere conclusie kunnen wij moeilijk uit de cijfers trekken.

Genoemde telling van granen in mei 1740 geeft voor Knesselare : 581 zakken rogge, 286 zakken boekweit en 104 zakken tarwe; voor Ursel 't Vrije: 293,5 zakken rogge, 162,5 zakken boekweit en 50,5 zakken tarwe; voor Ursel 't Gentse: 137 zakken rogge, 70 zakken boekweit en 11 zakken tarwe; voor Maldegem: 628 zakken rogge, 521 zakken boekweit en 77 zakken tarwe; voor Oostwinkel : 255 zakken rogge, 68 zakken tarwe en geen boekweit meer; voor Ronsele: 64 zakken rogge, 80 zakken boekweit en 46 zakken tarwe (terwijl de bevolking nog slechts 50 zakken rogge nodig heeft tot de volgende oogst !); voor Zomergem : 1235 zakken rogge, 496 zakken tarwe en 327 zakken lijnzaad; voor Adegem : 399 hoet (15) rogge, 493 hoet boekweit en 58 hoet tarwe (16).  Dat ziet er bijgevolg nog niet zo slecht uit !

Bemerk ook de grote hoeveelheden boekweit waarover men dan nog beschikt te Maldegem, Knesselare, Adegem, Ronsele en Ursel, wat een nieuw bewijs vormt voor het werkelijk belang van deze teelt, in bedoelde periode.  Of het vroeger ook zo was ?...  Wij kennen voor onze dorpen geen cijfers van vůůr de geuzenberoerten.  Maar in 1646 oogstte men te Knesselare niet minder dan 312 zakken boekweit (17). In 1698 leverde de oogst te Ronsele 106 zakken boekweit op, slechts ťťn zak tarwe en 144,5 zakken rogge (18).  Te Maldegem won men in 1703 1010 zakken boekweit (19).

Boekweit.

Bovenaan: de Franse boekweitstengel met vrucht
(Fagopyrum tataricum).

Onderaan: de gewone boekweit van bij ons, met vrucht
(Fagopyrum esculentum).

Tekening Heimans/Heinsius/Thijsse, 1965.

Bij de opneming van granen in 1709 geven sommige dorpen de hoeveelheid boekweitgraan aan, die ze bewaren voor de eigen bezaaiingen.  Knesselare heeft bij voorbeeld 15 zakken nodig en Zomergem 14 zakken (20).  Dat zou dus respectievelijk 16 en 15 hectoliter zijn.  Wanneer men aanneemt dat circa 47 liter de gebruikelijke hoeveelheid is om ťťn hectare te bezaaien, kan men besluiten dat er alsdan te Knesselare ongeveer 34 ha en te Zomergern omtrent 32 ha bezaaid geweest zijn met boekweit (21).  Dat is niet zoveel, doch men moet bedenken dat het totaal van het bouwland toen nog erg gering was, in verhouding tot de totale oppervlakte van de gemeente.  Ook de teelt van boekweit zal zich meer en meer uitgebreid hebben, naargelang de bezaaide oppervlakte toenam in de loop van de 18e eeuw.

Van de 127 landbouwproducenten die er in 1740 te Knesselare waren, verbouwden er 83 boekweit.  Te Ursel 't Gentse zijn er van de 18 producenten niet minder dan 14 die dit gewas zaaien en te Ursel 't Vrije 59 van de 77 producenten.  De hoeveelheid boekweit die men te Maldegem in mei 1740 nog in voorraad had, benaderde zelfs deze van de rogge (22) !  En te Ronsele overtrof zij deze laatste hoeveelheid met 16 zakken !

De boekweit heeft bij ons lang stand gehouden.  Zelfs op het einde van de 18e eeuw, toen de landbouw een enorme uitbreiding had genomen en er reeds verscheidene nieuwere teelten ingeburgerd waren, bekleedde de boekweit nog een voorname plaats.  Nog in de eerste helft van de 19e eeuw kende dit gewas hier zijn verval niet (23).  Pas honderd jaar geleden, omstreeks 1870-75, begon de boekweit vlug te verdwijnen en in 1910 was deze teloorgang praktisch voltrokken.  Dit komt treffend tot uiting in volgende gedeeltelijke landbouwstatistiek, die de bezaaide oppervlakte in enkele gemeenten weergeeft (24) :

  Jaren:   Adegem :   Knesselare :   Maldegem:   Oostwinkel:    Ursel :   Zomergem :
  1846    244,40 ha 85,02 ha 385,72 ha 43,06 ha 61,10 ha 189,99 ha
  1866 274,98 ha 70,53 ha 544,12 ha 44,77 ha   109,48 ha 108,70 ha
  1880 210,84 ha 18,21 ha 391,68 ha 34,37 ha 18,45 ha 29,71 ha
  1895 72,07 ha 0 105,40 ha 4,49 ha 2,30 ha 7,91 ha
  1910 31,35 ha 0 63,84 ha 1,14 ha 3,68 ha 0,23 ha
  1929 1 ,96 ha 0 5,42 ha 2,02 ha 1,07 ha 0

Te Adegem en te Maldegem, op pas ontgonnen bosgrond, heeft de boekweit het langst stand gehouden (bv. rond Burkel, te Kleit en rond het Hulselobos).  Maar overal is de ongenadige evolutie even duidelijk merkbaar: tussen de aangegeven jaren 1846-1929 valt men te Adegem terug van 275 ha op 2 ha; te Maldegem van 544 ha op 5 ha; te Oostwinkel van 44 ha op 2 ha; te Ursel van 109 ha op 1 ha; te Knesselare van 85 ha op 0; te Zomergem van 190 ha op 0.  Ook te Ronsele daalde de teelt van boekweit van 24,64 ha in 1846 tot 15,39 ha in 1866,5,39 ha in 1880, 1,56 ha in 1895,0,78 ha in 1910 en tot 0 in 1929...  (25)

De slechte oogsten van 1846-48 hadden de streek tot hongersnood gebracht.  Maar het werd alleszins in normale jaren ook al moeilijk om de steeds aangroeiende bevolking met inlands graan te kunnen voeden.  Zo moest men dan ook meer en meer granen gaan invoeren.  In de tweede helft van de 19e eeuw werd die invoer zo groot, dat hij weldra de inlandse graanproduktie totaal overvleugelde (26).  Daarmee was het lot van de boekweit bezegeld.  Dit gewas kon hoogstens nog als dierenvoeder gelden.  De landbouwers konden met de teelt van boekweit weldra geen winsten meer maken; dit graangewas werd immers niet meer gevraagd, vermits men nu genoeg tarwe en andere graansoorten uit het buitenland bekwam (27).  De boekweit, die eeuwenlang in belangrijke mate onze landelijke bevolking gevoed had, werd nu als eerder minderwaardig beschouwd en afgeschreven.

In de 18e eeuw werd boekweit regelmatig verhandeld op de markten van Eeklo, Gent en Brugge.  Verder waren ook Sint-Niklaas, Mechelen, Lier, Antwerpen, Brussel, Leuven, Tienen (niet alle jaren !), Diest, Turnhout, Diksmuide, Ieper (niet alle jaren !), Kortrijk, Doornik, St-Vith en Luxemburg de normale marktplaatsen voor deze graansoort.  Deze steden bakenen nagenoeg het boekweitgebied af, op het einde van de 18e eeuw (28).  De prijs van de boekweit lag steeds iets lager dan die van de andere granen, zelfs beneden die van de rogge en de haver; als voorbeeld van verhouding van de prijzen geven wij dit lijstje van de graanmarkt te Gent in 1702 : zuivere witte tarwe 1-6-6; rode tarwe 1-3-6; gerst 0-18-0; haver 0-16-0; rogge 0-15-6; boekweit 0-14-0 (29).

In de 18e eeuw exporteerde ons land zelfs boekweit, meestal naar Holland.  Die boekweit kwam voornamelijk uit Waasland en uit de Antwerpse Kempen (30), maar ook in geringe mate uit het Meetjesland.

(Wordt voortgezet)
ALFONS RYSERHOVE.

__________________________

(11) Ord. des Pays-Bas autrich., deel V, blz. 362-63. Terug naar de tekst
(12) R.A. Gent, fonds Oudburg, nr 1930. — R.A. Brugge, Brugse Vrije, Triages prov., nr 850. Terug naar de tekst
(13) DaniŽl Verstraete: Het Maldegemveld. Hist. geografie. Terug naar de tekst
(14) Ibid. Terug naar de tekst
(15) Cfr. Bigwood; 1 hoet = 1 hectoliter 66,61 liter. Terug naar de tekst
(16) RA Gent, fonds Oudburg, nr 1866. Terug naar de tekst
(17) Gemeentearchief Knesselare. Terug naar de tekst
(18) RA Gent, fonds Oudburg, nr 1882. Terug naar de tekst
(19) Gemeentearchief Maldegem, ongeklasseerd. Terug naar de tekst
(20) R.A. Gent, fonds Oudburg, nr 1923. Terug naar de tekst
(21) DaniŽl Verstraete; Het Maldegemveld. — 1 Hectare = 672 roeden of 2 gemet 72 roeden of 6 lijnen 72 roeden. — 1 Gemet = 3 lijnen of 300 roeden. — 1 Bunder = 3 gemet of 9 lijnen. Terug naar de tekst
(22) DaniŽl Verstraete; Het Maldegemveld. Terug naar de tekst
(23) Ibid. Terug naar de tekst
(24) Landbouwtellingen. Nat. Dienst voor de Statistiek, Brussel. Terug naar de tekst
(25) Ibid. Terug naar de tekst
(26) DaniŽl Verstraete, op. cit. Terug naar de tekst
(27) Ibid. Terug naar de tekst
(28) Ir. Paul lindemans : Geschiedenis van de Landbouw in BelgiŽ, deel 11, blz. 120. Terug naar de tekst
(29) Gazette van Gent. 1702. Terug naar de tekst
(30) Ir. Paul lindemans. op. cit.. 11. blz. 120. Terug naar de tekst

Separator

BOEKWEIT IN WESTELIJK MEETJESLAND 1 - 3

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

De home page van "Ons Meetjesland"
Doorzoek ęOns MeetjeslandĽ!

MPL-logo

Copyright notice
hit counter


Meest recente bijwerking: