Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1973, 6de jaargang, nr. 4

EEKLO 1944

Reeds meer dan 4 jaar bezetten de Duitsers onze stad. Op het Vredegerecht is de «Ortskommandantur» gevestigd en wappert de SWASTIKA.

Op 6 juni 1944 landen de geallieerden op de stranden van Normandië om Europa te bevrijden.  Duitse, in reserve gehouden elitetroepen snellen naar Frankrijk toe.  Over Eeklo passeert de beruchte Waffen SS «Leibstandarte Adolf Hitler»-Divisie, die enkele dagen rond de stad bivakkeert.

Begin september 1944: De Duitse bezetters worden nerveus en er wordt afgebroken en ingepakt.  De meeste vertrekken op 3 september.  Enkele dagen later komen in O.L.Vrouw ten Doorn honderden, uit elkaar geslagen Duitse soldaten, gekwetsten enz. enige uren uitrusten, uitgehongerd en doodop.

Onrust hangt in de lucht en er is sprake van in het klooster een groot lazaret in te richten.  Rond 7 september vragen zwermen vluchtelingen nachtverblijf en dat duurt verscheidene dagen onder steeds erger wordend geschutvuur.  Op 9 september om 23.30 u. sterft in het hospitaal in de Koning Albertstraat de achtergelaten, zwaargewonde Duitse soldaat:

Franz Rath.

Enkele uren vroeger, de 8e september, kwam de Duitse luitenant ERWIN KOCH voor het eerst in Eeklo.  Hij kwam met de resten van een voormalig FLAK-regiment (luchtafweer) uit zware afweergevechten van Frankrijk.  In Normandië teruggeslagen, trok zijn eenheid over Dieppe - Abbeville - Hesdin - Veurne - Roeselare naar Eeklo.  De troep was uiteengeslagen en had zware verliezen geleden.  Rond Eeklo echter werd hij terug als een beweeglijke «Kampfgruppe KOCH» (naar de kolonel Koch genoemd) gehergroepeerd.  Opdracht: Eeklo als verdedigingsterrein op te bouwen en te verdedigen !

In een brief van 8 september 1973 vertelde Erwin Koch aan Mevrouw Minne hoe hij precies met haar man in kontakt was gekomen:  «Samen met de staf trokken wij ons terug in het stadhuis, terwijl de gevechtseenheden bezig waren de stad te omsingelen.   's Avonds gingen luitenant Egon Baiersdörfer en ik eventjes de horlogewinkel Minne binnen; wij vroegen er, of het mogelijk was Egons uurwerk nog gauw te herstellen.  Inderdaad: dat werd ons beloofd.  De uurwerkmaker boezemde ons zoveel vertrouwen in en leek ons een dermate goed hart toe te dragen, dat wij ons verstoutten hem te vragen, of wij soms ook in zijn keuken wat vlees mochten braden.  Al zolang hadden wij geen kans meer gezien een deugdelijk hapje, in het bijzonder warm eten, te verorberen.  Aardappelen en wat bakvet hadden we zelf nog wel...  Wij liepen een blauwtje op en, in de grond, konden we die houding wel enigzins begrijpen.  Als Duitsers immers hadden wij alle sympathie voor ons verspeeld.  Maar, toen wij de winkel al hadden verlaten, werden wij plots weer binnengeroepen en toen zei Leon Minne ons dat wij, bij donker, konden terugkomen.»

Toen wij aldaar tegen zowat acht uur terug opdoken, beseften wij pas tenvolle, hoe Leon en zijn zusters eigenlijk brave mensen waren, die ons als Duitse soldaten terecht vreesden en wie de angst om het hart sloeg, niet enkel voor de kommervolle dagen die in aantocht waren, doch ook omwille van de vriendelijke manier waarop zij ons bejegenden.  Zij zagen echter in ons: mensen, die door deze rampspoedige oorlog, in een benarde noodlotsituatie waren gedrongen, tegen wil en dank.  Ik heb weinig mensen gekend, die met zoveel geestdrift en liefde over hun geboortestreek spraken; iemand die nog steeds in zulke sterke hoop en in zulk vast geloof leefde, dat ook thans weer, lijk in 't verleden, Onze-Lieve-Vrouw-ten-Doorn haar beschermende hand over Eeklo zou uitstrekken.

Tot diep in de nacht waren wij aan 't beraadslagen en aan 't diskussiëron over al wat wij daar gebeurlijk konden aan doen en ook verhinderen.  Hiertoe sterkten ons de hoopgevende woorden van Leon, die in onze ogen reeds een vaderlijke vriend geworden was in een tijdspanne van amper enkele uren.

Aldus werd door ons beiden, — ook wij waren als overtuigde Kristenen nooit met ons hart bij de oorlog geweest —, het besluit getroffen en door Leon nog aangewakkerd, alles te doen opdat Eeklo toch maar niet vernield zou worden.  Lang hebben we dan ook onze kommandant, kapitein Wilke gepraat, tot wij hem tenslotte konden overtuigen, dat het beter ware geweest Eeklo zonder strijd te ontruimen.  Na 2 dagen werd het bevel uitgevoerd, want wij hadden nog ruimschoots de tijd, daar onze tegenstrevers maar langzaam op de stad afzakten.  In de streek van Maldegem gingen wij eerst in stelling, doch werden kort daarop door de divisie naar Eeklo teruggestuurd.  Nieuw bevel: verdediging !!!!  Weerom volgde een bespreking van de toestand met Leon, die dan weer ten zeerste om het lot van zijn stad bezorgd was, maar opnieuw beloofden ook wij.     alles voor het behoud van de stad te ondernemen.  Zo vonden wij alweer de moed om ons tegen het bevel te verzetten en speelden wij het klaar, dat wij op 15 september de stad terug ontruimden.

Wij vertrokken in de richting van Breskens, om aldaar eerst de terugtocht naar Vlissingen te dekken en dan zelf, als één van de laatste eenheden, met een overzetboot naar Vlissingen op Walcheren over te steken.

De luitenant schreef verder: "Ik was heel gelukkig na de oorlog van de heer Minne een teken van leven te ontvangen en te horen, dat het stadje Eeklo werkelijk alles goed overleefd had en de oorlog goed was doorgekomen.»

Tot daar de militaire gegevens van de laatste Duitse officier die Eeklo in 1944 als ongeschonden stad verliet.

Vervolgens kwam een leegte, doch weldra volgde de BEVRIJDING VAN ONZE STAD:
15 september 1944.  Rond 13.00 u. kwamen de 8 eerste Canadezen (een patrouille van de «Governor General's Foot Guards») op de markt aan.  Honderden overgelukkige Eeklonaren omringden de soldaten (waaronder schrijver van dit bericht)... de stad was bevrijd!  Allen herademden en iedereen was gelukkig.

In de loop van de namiddag, om precies te zijn om 14.30 u. rukte het «Lincoln & Weiland Regiment of Canada» in de richting van Eeklo op, met de opdracht de stad te bevrijden en te bezetten.  Met een Brencarrierpeloton aan het hoofd, gevolgd door de manschappen in camions, stopte het convooi om 15.30 u. te Balgerhoeke.  De Fuseliers namen daar een haastig maal en staken dan te voet de opgeblazen brug over.  Vervolgens kwamen ze onze stad binnen.  Om 16.20 u. passeerden lange kolonnes van de IV Canadese Pantserbrigade met honderden zware tanks door Eeklo en velen hielden even halt in de Molenstraat.

Diezelfde avond beschoten de Duitsers de stad en er waren verscheidene doden en gekwetsten onder de burgerbevolking.

Nog was voor de Eeklonaren de oorlog schijnbaar niet afgelopen.

GEORGE E. SPITTAEL.

Originele tekst uit «Soldatengraven 1939-45 over de gehele Wereld» van George E. Spittael, Rabautstraat 54, 9900 Eeklo.

Separator

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

De home page van "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice
hit counter


Meest recente bijwerking: