Uit tijdschrift "Ons Meetjesland", 1974, 7de jaargang, nr. 2

Eeklo in beeld en schrift (7)

Op de kaart van Pourbus krijgt de Stationsstraat de naam «Hospitaelstraete»; ze leidde inderdaad naar het hospitaal, dat op de hoek van de huidige Hospitaalstraat stond.  Tussen 1820 en 1830 worden in de huidige Stationsstraat (toen : Oosteindeken) volgende herbergnamen aangegeven:

Het Meuleken, In het Katjen, Het Boerken, Louis XVIII - Koning van Frankrijk, In den Druiftak, In de Fonteine, De Haas en De Nieuwe Wandeling (E. De Smet).

103. Een mooie opname van het ontmantelde stadhuis in 1903.
Prentkaart uit de verzameling van André Verbeke, Gent
(afstempeling 13.8.1905).

Voor 1840 was de bebouwing langsheen de Stationsstraat niet zo belangrijk.  Daar stonden meestal lage en onaanzienlijke huisjes; van sommige kon men zelfs de pannen aanraken: de meeste hadden een voorhof of moestuintje.  Voorbij de Garenstraat waren de huisjes bovendien zeer dun gezaaid, tot op «De Kroon».  In de Stationsstraat stond reeds een groot gebouw van vroeger, op de plaats waar nu het oude vredegerecht is (Kantoor der Belastingen).  Dat gebouw was in zijn oorsprong een van de oudste huizen van Eeklo.  In de 18e eeuw werd het hersteld en toen bewoond door de graanhandelaar Fruytinck, officier municipaal.  Deze verkocht het in 1806 aan de stad voor 11.174,60 fr. en het werd gebruikt als onderprefectuur.  Nadien was het nog bewoond door de baron d'Exaerde tot in 1831.  Daarna werd dat gebouw bestemd voor de rijkswacht van Eeklo (L. Lampaert).

Het neo-gotische bouwwerk met torentje, in de Stationsstraat op diezelfde plaats opgericht en algemeen bekend als het «Vredegerecht», is wel opgetrokken met de bedoeling er het vredegerecht in onder te brengen, doch het heeft slechts een zeer korte tijd die bestemming gehad; nu zijn de kantoren van de belastingen daar ondergebracht (id.).

In de Stationsstraat, rechts als men van de Markt komt, bevond zich bij de aanvang van deze eeuw, vlak tegenover het postgebouw, de «Grand Bazar Parisien», van O. Versailles, met «vrije ingang» en «vaste prijzen» (zie foto nr 108).  De uitgestalde waren, tot buiten toe, zijn typisch voor deze periode.

Na 1830 was het «Oostendeken» (Stationsstraat) de burcht van het orangisme in Eeklo, vooral door het feit dat aldaar zeer veel familieleden en vrienden van de Hollandsgezinde Joseph D'huyvetter woonden.  Op 19 november 1837 kwam de vraag van de inwoners van het Oostendeken voor het schepencollege «om een wijkkermis te mogen inrichten onder de naam «Eendracht baart vrede».  De vraag van de inwoners werd afgewezen door burgemeester Stroo en schepen Vermast, en goedgekeurd door schepen Martens (orangist).  De vraag was dus verworpen met twee stemmen tegen één.  Grote beroering bij de inwoners van de wijk, die reeds geld hadden gestort voor het inrichten van feestelijkheden !...  Op zondag 1 oktober 1837 vroeg in de morgen donderden plots kanonsalvo's door de straat: het was de aankondiging van de wijkkermis, spijts de weigering van het schepencollege.  Geheel de nacht had men daar gewerkt en 's morgens stond de straat in kermistooi : erebogen, wimpels, vlaggen, sparreboomkens, opschriften aan de gevels...  Heel de dag krioelde het van 't volk, de herbergen zaten proppensvol, er was amusement, plezier en 's avonds was er verlichting met pektonnen, er was vuurwerk, er was muziek... tot het politieuur sloeg: tien uur !  De politiecommissaris kwam de herbergen sluiten, doch de tafels en stoelen werden naar buiten gebracht, de tonnen bier naar buiten gerold en heel de nacht werd er gezongen: «Hij (D'Huyvetter) blijft den onzen...»  (Geschied. v. Eeklo, blz. 226). 

104. Cinema Ledeganck, Markt, Eeklo, in april 1929.
Prentkaart in het bezit van dhr. Laroy, Eeklo. - Drukplaat Heemschut.

In 1861 kreeg Eeklo zijn spoorlijn en station (Gent-Brugge via Eeklo), terwijl een private maatschappij in 1868 ook een spoorverbinding met Antwerpen, over Zelzate, zou tot stand brengen.

105. Huis De Vliegher en gaslantaarnpaal, op de hoek van Boelare en Zilverstraat, omstreeks 1910.
Drukplaat Heemkundig Genootschap van het Meetjesland.

Tot in 1949 was Eeklo tevens het eindpunt van twee buurtspoorwegen: de lijnen Aalter-Eeklo en Watervliet-Eeklo.  Al deze spoorlijnen werden ondertussen vervangen door autobusdiensten, met vertrekpunt aan het Station.

Onze foto nr 116 vertoont nog de verdwenen kuip van de stenen molen Van Zele, achter de stationsgebouwen, bij de aanvang van de 20ste eeuw.

De grote baan voorbij het Station, in de richting van Waarschoot en Gent is bijna volledig nieuw.  Hier lag in 1830 nog geen weg.  De Oude Gentweg vertrok van de Lekestraat, achter het Station en liep, met verschillende bochten, in de richting van De Dam.

Het Oostveld (veld = nog niet in cultuur gebrachte grond) wordt al in 1361 vermeld (archief Abdij Waarschoot, te Gent): de Oostveldstraat, vanaf De Lustige Boer tot de grens met Lembeke, in 1425.  De Antwerpse Heirweg, nu ook Oostveldstraat genoemd, was vanaf het Oostendeken eertijds langs weerszijden met linden beplant, tot aan de Hospitaalstraat.  Daarom heette dat stuk weg in de volksmond ook nog «De Boomkens».

Het Kottemstraatje was vroeger een vier meter brede aardeweg van de Antwerpse Heirweg (nu: Oostveldstraat) naar de Lekestraat.  De Lekestraat was eveneens een smalle aardeweg van de Oude Gentweg naar de Antwerpse Heirweg.

Ten noorden van het centrum van Eeklo ligt de Zandvleuge; «der Santvloghe» staat geboekt in 1451 (Rijke Gasthuis) en betekent: plaats waar het zand vliegt en opwaait (M. Gysseling).  De Zandvleugestraat loopt van de Molenstraat (Brugsesteenweg) tot Blommekens en was aanvankelijk een zes meter brede zandweg: zij is synoniem met de Honderdbunderstraat («in die Ondert Buunren», 1319, Rijke Gasthuis, Gent). 

De Honderd Bunder (= 300 gemet) lagen gans noordelijk van die straat.  De wijk Blommekens dankt zijn naam aan de herberg «Het Blommeken».

In de Kerkstraat werden vijf herbergen opgericht tussen 1820 en 1930 :

De Hoorn, Het Nieuw-vleesch-huys, De Fruitboom, In de Raboutswegel en Het Zwarte Lam.  De benaming Kerkstraat zelf is zeer oud, voor de weg van de Roze naar de parochiekerk: den Kercwegh (1311), der Kercstraten (1349), de Keercstrate (1378), enz. (M. Gysseling).

In de 16e eeuw woonde Victor de Ketelboeter langs de oostkant en baljuw Frans De Baets langs de westkant van de Kerkstraat; deze laatste had uitweg langs de Prinsenhofstraat.  In 1830 was de Kerkstraat al bestenigd op een breedte van zes meter.  Daar woonden toen onder meer: notaris Servaes Bouckaert, Engelbertus Dauwe, later gemeenteraadslid en schepen en Joannes-Franciscus Lippens-Du Bosch, van Lembeke (Geschied. v. Eeklo, blz. 242).

Ook de Molenstraat heeft verschillende benamingen gekend.  In 1404 spreekt men over «de Luudstrate die loopt te Ravescoat waert» (Rekenkamer, Brussel, nr 34.355, fol. 6 r.), in 1457 over de Weststrate «ter Westmuelene waert», in 1538 over de Weststraete die één straat uitmaakt met de Brugse Steenweg.  Soms vinden wij ook de Balgerhoekstraat en bij Pourbus is het de «Meulenstraete».  Verder nog: de Zuidstraat (1638 en 1768), de Keyzersbane (1783) en de Molenstraat (1830).  Op het plan Pourbus staan er duidelijk zes windmolens in deze straat afgebeeld.

De Molenstraat was een aardeweg van de Spriet te Eeklo naar Balgerhoeke en Sint-Laureins.  In 1556 liep de hoofdbaan nog steeds langs de «Brugsche Straete» (= Koning Albertstraat) over Raverschoot naar Brugge. 

106. De Stationsstraat met het oud Vredegerecht, bij de aanvang van de 20ste eeuw.
Prentkaart uit de verzameling van Alf. Ryserhove (afstempeling 1904).

«In 1525 werd in de Molenstraat een steenput gebouwd, waar nu de Muziekakademie is...  In 1780 wordt een bouwvallige molen afgebroken en enkele meter verder noordwaarts herbouwd, om de straat naar Brugge te kunnen verbreden» (L. Lampaert).

107. De Stationsstraat, gezien vanaf de Markt, omstreeks 1904.
Prentkaart uit de verzameling van Alf. Ryserhove.

Van op het Oostveld, over de Zandvleuge en de Molenstraat, tot de Brugse Straat lagen vele zandheuvels.  Op die heuvels stonden de molens gebouwd.  In 1833 kwam er nog een laatste bij, opgericht door Bernard Van Hoorebeke, nabij het kerkhof, waar later de maalderij Lampaert kwam.  Deze stenen korenwindmolen werd in 1915 volledig gesloopt.

Op de hoek van de Molenstraat en de Boelare was in 1830 de smidse van Jacobus Bonte. «In het huis Immesoete (vroeger Richard De Nys, thans de burelen van de Middenstand) woonde Ferdinand Van Hoorebeke, de latere minister van openbare werken.  Nog in 1830 woonde in het eerste huis (thans de crèmerie Cupido) Nicodemus Minne, horlogemaker. Daarnaast woonde Abraham Van Dale, afkomstig van Sluis, instructeur bij de schutterij. In de winkel Minne-Van Wassenhove was de smidse van Jan Baptist De Neve, later de smidse van Jozef Fiers.  Daarnaast woonde Louis Van Doosselaere, afkomstig van Waarschoot en paardepostmeester.  In het huis Verbiest (Pola-rijwielen) woonde Bruno Martens van Ruiselede, rentenier; daarnaast woonde Bernard D'Hondt en zijn broer, voerlui.  Op de hoek van de René Vermaststraat was de huidevetterij van Antone Vermast» (Geschied. v. Eeklo, blz. 243).

Andere molens in de Molenstraat en omgeving (Sectie E) waren: de stenen korenwindmolen van Edmond Steyaert, Sprietakker, gesloopt in 1904; de korenwindmolen van Felix Pots, afgebroken in 1888; de stenen korenwindmolen van De Hulster-Zamman, in 1897 verkocht aan Gentil Dhondt en het volgend jaar reeds gesloopt; de houten korenwindmolen van Louis Van den Cuyle-Dierickx en kinderen, verdwenen sedert 1892: de stenen oliemolen van Armand Goethals, in 1886 door zijn kinderen verkocht aan Domien De Baets-Van Quickelberge, olieslager te Eeklo en in 1896 totaal afgebroken: de houten boekweitwindmolen van Antoine Versluys-De Smet, Paardenkerkhofwijk, gesloopt in 1872: de stenen koren- en oliewindmolen van Henri Steyaert, in 1903 totaal afgebroken en de houten korenwindmolen van Ange Steyaert, bakker te Eeklo, reeds verdwenen sedert 1865 (Wind- en Watermolens in de prov. Oostvl., II, blz. 11-14).

108. De «Grand Bazar Parisien» in de Stationsstraat, vlak tegenover het postkantoor, voor 1910.
Prentkaart uit de verzameling van André Verbeke, Gent.

Tussen 1820 en 1830 werden volgende herbergen in de Molenstraat opgericht of heropend: Den Dubbelen Adelaar, De Zwaen, De Zilveren Penne, Het Meuleken, De Hope van Vrede, Het Nieuw Leven, In den Hulsteboom, Den Tempel van Apollo, Het Blauwe Huis, Het Hoogkasteel, In den Postillon en Het Boerinneken (nu: Het Koetsierken).

109. De noordkant van het oostelijk deel van de Stationsstraat in 1912.
Prentkaart uit de verzameling van Alf. Ryserhope (afstempeling 11.5.1914).

Een interessant artikel over de vier oude, grafelijke molens te Eeklo, waarvan er drie bij de Molenstraat stonden, is te vinden in «Appeltjes van het Meetjesland», nr 18-1967, blz. 219-233 (L. Stockman).

In 1800 treffen wij in de Molenstraat onder meer volgende herbergen aan: De Fruytboom, De Salade (wordt later «Het gezadeld peerd») en De Gouden Penne (L. Lampaert).

«Op het einde van de Molenstraat stond een kalvarieberg met H. Graf, in de flank van de molenberg. Deze werd in 1794 door de Fransen afgebroken en in 1808 heropgericht. In 1809 besloot de municipaliteit het kerkhof uit het centrum te verplaatsen en een stuk grond van 87,18 aren te kopen aan juffr. Julie Diericx, voor 754,39 fr.  De notariele akte werd slechts in 1811 verleden.  De eerste begrafenis op het huidig kerkhof had plaats in januari 1810 (Angelica Bourguignon)...»  (Geschied. v. Eeklo, blz. 182).

De kapel van het H. Graf werd omstreeks 1900 in neo-gotische stijl herbouwd.  In 1821 was de afsluitingsmuur van het nieuw kerkhof opgetrokken door J.B. Cornelis.

110. Blik op de Stationsstraat in 1913, gezien vanaf het Station.
Prentkaart uit de verzameling van R. Dauw, Gent.

De oudere benaming voor de Koning Albertstraat is de «Brugsche Straete», in 1800 «rue de Bruges».  Toch vinden wij die pas een eerste maal vermeld in 1532; tevoren spreekt men steeds over de Raverschootstraat (toter Ravenscoot straten, 1398 - de Ravescot strate, 1457 - enz.).  Tot in het midden van vorige eeuw was deze straat weinig bebouwd, voor de helft afgezoomd met akkerland en bos.  Aan het einde, op de westzijde, lag één van de vele grote zandheuvels, die afgevoerd werd om er de weverij Neelemans te bouwen, de kiem van de Ets Van Damme.  De straat begon eerst een bebouwde agglomeratie te worden bij de aanleg van de Tieltsesteenweg en bij het bouwen van het hospitaal, door toedoen van Karel Stroo.  De fabriek Neelemans viel stil na ongeveer 20 jaar en werd vervangen door de firma Van Damme, die buiten weven ook aan verven en opmaak deed.

111. Op de hoek van de Stationsstraat en de Visstraat in 1904.
Prentkaart uit de verzameling van Alf. Ryserhove.

Op 22 september 1859 werd het voorstel van de burgemeester aanvaard om een lantaarn te plaatsen aan het gesticht van de H. Vincentius a Paulo, omwille van het groot verkeer dat langs deze straat dagelijks plaats vond.

In 1851 was in de Brugsestraat de herberg «Den Hazewind» gevestigd, bij Louis Lampaert-Versluys.  Hij was voerman en reed iedere zaterdag naar Brugge en iedere dinsdag en vrijdag naar Gent (Geschied. v. Eeklo, blz. 242).

112. Marktdag te Eeklo omstreeks 1905.
Foto Zuster Gerarda, O.L.V-ten-Doorn.

Tussen 1820 en 1830 troffen wij de herberg De Karper aan, een drietal huizen ten westen van De Groene Boomgaard, terwijl De Kroon gevestigd was op de westhoek van de Koning Albertstraat en de Cocquytstraat (nu dameskapsalon).  In laatstgenoemde straat zelf had men toen nog: De Goede Koop, La Belle Alliance en De Klok (E. De Smet).

Na de omwenteling van 1830 kende Eeklo een rampzalige tijd van werkgebrek en armoede. Vooral de oude mensen, gebrekkigen en weeskinderen leefden vaak in ellendige omstandigheden.  Op het einde van 1835 werd besloten tot de oprichting van een soort liefdadigheidswerkhuis, waar werkgelegenheid zou te vinden zijn en waar de noodlijdenden onderhoud en verzorging zouden genieten.

113. In 1925 reden voor het eerst de autobussen van de lijn Maldegem-Eeklo-Gent.
Foto uit de verzameling van de Familie Minne.

«Het duurde wel enige tijd vooraleer de zaak op dreef kwam.  Karel Stroo en pastoor D'Hondt zochten naar een kloostergemeenschap die de bediening van het gesticht op zich zou nemen.  Op aandringen van Karel Stroo kwamen enkele zusters uit Zele naar Eeklo op 7 augsutus 1837.  Ze kregen van de kerkfabriek een oud, vervallen gebouw in de Raamstraat, dat vroeger gediend had als onderpastorij en waar Meester Ledeganck school gehouden had...  In de huidige gebouwen van het Jeugdhuis werden de eerste zes wezen en evenveel oude mensen opgenomen.

114. De Stationsstraat in de richting van het Station, voor 1914.  De prachtige herenwoning op het voorplan (nu postkantoor) was eemnaal bewoond door Vrederechter Euerard (1874-1896)
Prentkaart in het bezit van Maria Baele.

In 1838 overleed een rijke jonge man, Karel Lodewijk Misseghers.  Deze bezette al zijn eigendommen aan het pas opgerichte liefdadigheidsgesticht.  Dit stelde de beheerders in staat aan Jozef Kervyn de Lettenhove van Brugge een stuk grond te kopen van 7.670 m2. Dit perceel lag in de Brugsche straat en werd aangekocht voor de prijs van 3.000 fr.

115. Het oud stadhuis en de kiosk op de Markt te Eeklo, omstreeks 1920.  De kiosk werd aangekocht te Gent in 1905 en verkocht aan het gemeentebestuur van Waasmunster in 1938.
Reproductie Heemschut.

In 1839 keurde de gemeenteraad het plan goed om op dat perceel een nieuw liefdadigheidsgesticht te bouwen en in 1840 trokken de zusters met de wezen en de oudjes naar «het gesticht van de H. Vincentius a Paulo».  Reeds zeer vroeg waren de gebouwen te klein en in 1853 kocht de Moeder Overste de huizen en gronden ten oosten van de inrichting.  Er werd een ziekenzaal bijgebouwd en, op kosten van Karel Stroo, in 1857 ook een kapel.  Deze was het werk van architect P. De Vigne, die ook het standbeeld van Jacob van Artevelde te Gent ontwierp.  Op 4 mei 1857 werd de kapel ingewijd door Mgr Delebecque, bisschop van Gent» (Geschied. v. Eeklo, blz. 247).

116. Voorzijde van het Station te Eeklo omstreeks 1906.  Bemerk de onttakelde kuip van oliemolen Van Zele.
Reproductie Heemschut.

Dit gesticht in de Koning Albertstraat is de eerste aanzet geweest tot de huidige H. Hartkliniek te Eeklo.  Van meet af aan was er in de afdeling voor de oude mannen een boerderij met een neerhof voorzien (foto nr 125).

De Tieltsesteenweg is nieuw.  In 1674 spreekt men over de «straete naer Veldekens Damme» en over de voetweg «De Lange Moeie» tot bij het «Pateetscruyse» (op de grens met Adegem).  Het was daar gans bebost.  Links lagen de bossen van de Grauwzusters, rechts die van het Sint-Janshospitaal te Brugge.  Het deel van de baan tussen de Moeie en de Koning Albertstraat bestond nog niet.  Dit werd pas in 1842 dwarsdoor het land getrokken en «de nieuwe route» genoemd.  Een gedenksteen werd bij deze gelegenheid ingemetseld en is nu nog zichtbaar in de voorgevel van de firma Van Damme: «Route de Thielt à Eecloo, construite en 1842... ».

Burgemeester Neelemans had twee dochters — Maria en Louisa — als kloosterzusters in de orde van de Arme-Claren-Coletienen, te Brugge en te Oostende.  Na overeenkomst met zijn echtgenote en zijn derde dochter, Julia, besloot hij in 1891 een deel van zijn hovingen, palend aan de Tieltsesteenweg, af te staan om er een clarissenklooster op te bouwen te Eeklo zelf.  De eerste steen werd nog hetzelfde jaar gelegd en de eerste vleugel die klaarkwam omvatte het huis van de buitenzusters met de bewaarschoolklassen en ongeveer de helft van het verblijf der slotzusters.

Op 29 mei 1893 had de plechtige installatie van de stichteressen plaats: 9 arme claren uit het klooster van Brugge, van wie 6 slotzusters en 3 buitenzusters.  De kapel van het klooster werd pas gebouwd in 1894.  Tevoren deed een schoollokaal dienst als noodkapel.  In 1895 werd de nieuwe kapel ingezegend, met Sint Jozef als titelheilige.  Nu de lokalen vrij waren startte de bewaarschool met twee klassen in 1896; in 1898 werd er nog een derde klas bijgevoegd.

117. Achterzijde van het Station te Eeklo omstreeks 1920.  Bemerk bovenop de metalen toren van het telegraaf- en telefoon kantoor.
Reproductie Heemschut.

In de loop der eerstvolgende jaren werden verscheidene stukken aanpalend terrein bijgekocht om de nog ontbrekende gebouwen van het slot te kunnen optrekken, of om de privacy van de monialen te verzekeren.  Koor, infirmerie en sacristie werden samen met de kapel gebouwd in 1894.  De slotmuur kwam aan de beurt in 1897, en in 1902 werd het door de slotzusters bewoonde klooster voltooid, door het bijbouwen van de twee nog ontbrekende halve vleugels (Ons Meetjesland, 4/1971, N.).
 

118. Zicht op de omgeving van het Station in 1919.
Prentkaart uit de verzameling van Alf. Ryserhove (afstempeling 7.10.1919).

De Zuidmoerstraat ontleent haar naam aan de Eeklose Zuidmoer, bij de grens met Oostwinkel.  Daar lagen verschillende moeren: de Pokmoer, de Ganzepoel, de Noordmoer, de Zuidmoer...  In 1316 schrijft men nog kortweg de Moerstraat, later meestal de Noordmoerstraat en vanaf 1840 gewoonlijk de Zuidmoerstraat.  Langs die Moerstraat stond al vroeg een stenen kapel «Engelendale», waar men in het begin van de 15e eeuw het beeldje van O.L.Vr.-ten-Doorn zou gevonden hebben.  Hier vestigden zich, in een nog woest gebied, de Grauwzusters Penitenten, wiens klooster in de geuzentroebelen zou ten onder gaan.

119. Het gesticht «over de ijzers», nabij het Station, voor 1914.  Bemerk de metalen draaibareel, toen aldaar in gebruik bij de overweg van het spoor.
Foto Zuster Gerarda, O.L.V.-ten-Doorn.

Na de verwoesting van Eeklo in 1578 bleef ook het eigendom van de Grauwzusters volledig in puin liggen en de zusters keerden niet meer terug.  Doch in 1649 kwamen drie paters Minderbroeders Recolletten en twee lekebroeders van het klooster te Brugge zich definitief te Eeklo vestigen.  Aanvankelijk namen zij hun intrek in een huis van de Patersstraat (nu: René De Paepe), maar kochten op 28 augustus 1664 de afgebrande puinen in de Zuidmoerstraat van de Grauwzusters te Gent.  Zij zouden «Ten-Doorn» heroprichten.

120. De overweg op de wijk Blommekes, voor 1914.
Reproductie Heemschut.

«Op 13 oktober 1664 werd een aanvang gemaakt met de bouwwerken.  Er werd begonnen met de opbouw van een voorlopige kapel en met de funderingen van de voorgevel van de kerk, keuken, refter en wasplaats.  De 13 maart 1665 werd de eerste mis opgedragen in de voorlopige kapel.  De 8 december 1665 namen de paters voor het eerst het middagmaal in de nieuwe refter.  De 25 oktober 1666 werd de eerste mis opgedragen in de nieuwe kerk, met sermoen van de toen zeer befaamde predikant Pater Martinus Du Rieu, gardiaan van het klooster te Brugge.  Deze nieuwe kerk is de huidige kapel van O.L.Vr.-ten-Doorn, die natuurlijk in de sindsdien verlopen drie eeuwen wel heel wat veranderingen zal hebben ondergaan.  Nog verschillende jaren werden de bouwwerken voortgezet...

121. Het voorbijrijden van een stoomtrein op de wijk Zandvleuge te Eeklo in 1905.
Foto Zuster Gerarda. O.L.V.-ten-Doorn.
 
122. Tussen Zandvleuge en Molenstraat voor 1910, met een blik op de verdwenen Zandvleugemolen.
Reproductie Heemschut.
 
123. Een landschap van de Zandvleuge in 1904.
Reproductie Heemschut.

Burgemeester Van Waesberghe liet «het straetken loopende van de Groote Straete naer het Clooster, ghenaempt het Croonstraetken» bekasseiden en kondigde af dat «het Croonstraetken voortaen Paterstraetken was ghenaempt».  Sinds 1672 is deze naam onveranderd gebleven.  Tot hun uitdrijving tijdens de Franse overheersing bleven de Paters gehuisvest in het klooster waar thans de Zusters van Liefde hun klooster hebben» (Geschied. v. Eeklo, blz. 111).

(wordt voortgezet)
ALFONS RYSERHOVE
ROMANO TONDAT

Separator

Eeklo in Beeld en Schrift 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11

Naar de top van deze blz.

Inhoudstafels
1968 - 1969 - 1970 - 1971 - 1972 - 1973 - 1974 - 1975 - 1976 - 1977 - 1978 - 1979 - 1980 - 1981 - 1982 - 1983 - 1984 - 1985 - 1986

De home page van "Ons Meetjesland"
Doorzoek «Ons Meetjesland»!

MPL-logo

Copyright notice
hit counter


Meest recente bijwerking: